Auschwitz Memorial Day Wageningen
- 23-01-2025
- 27-01-2025 15:55:47
- Jaap Meijer
- Nieuws

Vanmorgen heeft Ilona Herschel, secretaris van Stg Joods Erfgoed Wageningen een persoonlijk verhaal verteld bij het Joodse Monument tijdens Auschwitz Memorial Day op 23 januari 2025. Dit was in het bijzijn van de kinderen uit groep 7 en 8 van de Margietschool en de burgemeester en andere belangstellenden:
Toen ik als meisje van jullie leeftijd in Amsterdam woonde moest ik elk jaar mee naar de dodenherdenking bij ons om de hoek op de Apollolaan.
Het was vlak na de tweede wereldoorlog.
Ik ben nu 77 jaar en als je goed rekent heb ik de oorlog net niet meegemaakt.
Maar mijn vader en moeder wel.
Van al die huilende mensen tijdens die herdenkingen kreeg ik een beetje genoeg en ik zei tegen mijn vader dat ik de volgende keer echt niet meer mee wilde naar deze herdenking.
Mijn oma huilde het hardst omdat haar man in Auschwitz was vermoord.
Ik heb mijn opa dus nooit gekend.
Mijn oma woonde bij ons in huis.
Toen ik dus gezegd had dat ik niet meer mee wilde naar die herdenkingen werd mijn vaders gezicht vuurrood.
Mijn vader kwam voor me staan en balde zijn vuist.
Hij vloekte en zei: Wist je dat ik in de oorlog maar een rijksdaalder waard was?
( dat is ongeveer 2,50 euro)
Mijn vader bedoelde te zeggen dat hij als Joodse man verraden kon worden en dat de verrader daarvoor dat geld kon krijgen.
Je begrijpt dat ik nooit meer geweigerd heb om mee te gaan naar de herdenking op de Apollolaan. Ik keek wel uit om er ooit nog iets over te zeggen.
Ik kom dus uit een Joods gezin en dus ben ik ook Joods.
Mijn vader en moeder werkten in de oorlog in het Joodse ziekenhuis in Amsterdam.
Er werden regelmatig razzia’s uitgevoerd.
De Duitsers die ons land bezetten voerden die razzia’s uit.
Dat betekende dat er Joodse mensen gezocht werden.
Zij werden gearresteerd omdat ze Joods waren.
Daarna werden ze het meest in treinen gepropt die naar verschillende concentratiekampen reden.
In die concentratiekampen in Duitsland en Oostenrijk werden de meeste Joden meteen geselecteerd.
De Duitsers zochten uit wie er mocht blijven leven en wie er direct naar de gaskamers moesten om vergast te worden. Ook vrouwen en kinderen werden niet gespaard.
De overgebleven mensen moesten met heel weinig kleren, kaalgeschoren hoofden en vreselijk weinig eten heel hard werken in de bittere kou. Daar stierven ook veel Joden.
Mijn vader en moeder wisten niet dat er concentratiekampen waren maar ze vermoedden wel dat er vreselijke dingen gebeurden en dus waren ze wel bang dat ze ook gearresteerd zouden worden en daarom besloten ze om te gaan onderduiken.
Onderduiken betekende dat je niet herkend wilde worden of echt verstopt zat zoals bijvoorbeeld Anne Frank in het Achterhuis.
Maar het was bepaald niet gemakkelijk om mensen te vinden die jou wilden verstoppen of wilden helpen.
Het was ook wel begrijpelijk want als de Duitsers ontdekten dat je Joodse mensen hielp kon dat betekenen dat je zelf zware straf kreeg of nog erger dat je doodgeschoten werd.
Gelukkig vonden ouders in de provincie Utrecht twee erg dappere mensen die mijn vader en moeder wilden helpen.
Deze mensen hadden zelf één kind en er waren nog meer mensen bij hun in huis en in het kippenhok. Dat waren ook onderduikers.
Met zijn vieren bedachten de onderduikouders en mijn ouders een slim plan.
Mijn vader leek wel een beetje op de onderduikvader en dus bedachten ze dat mijn vader zogenaamd de broer was van de onderduikvader, die woonde namelijk in het echt in Australië, dus ver weg en destijds nog niet makkelijk terug te vinden.
Computers en Internet bestonden nog helemaal niet.
De onderduikvader was erg knap in het vervalsen van papieren en dus heette mijn vader vanaf dat moment Herman Buddingh’ terwijl hij eigenlijk Herman Herschel heette.
En mijn moeder heette Dorothea Buddingh. En eigenlijk heet mijn moeder dus Dorothea Herschel. De onderduikvader maakte die vervalsingen dus zelf.
Mijn vader hielp de onderduikvader met allerlei klusjes want er moest hout gehakt worden en er moest voor eten gezorgd worden.
Mijn vader had niet echt een Joods uiterlijk en dus ging hij op de fiets ( met houten banden ) en met zijn nieuwe vervalste papieren bij de boeren in de buurt eten verzamelen voor alle mensen die bij de familie Buddingh’ woonden.
Mijn vader is vaak door de Duitsers aangehouden en hij moest zijn vervalste papieren steeds laten zien. Dat is goed gegaan en gelukkig herkende niemand mijn vader uit Amsterdam waar hij als dokter gewerkt had.
En mijn moeder en de onderduikmoeder deden de huishouding.
Ze hadden het wel goed in die onderduiktijd.
Wat nou niet zo handig was was dat mijn moeder zwanger werd.
Mijn vader was dokter en hij wilde dat de baby niet geboren zou worden.
Mijn moeder en de onderduikmoeder vonden het echter geen goed plan van mijn vader en dus was de afspraak dat de baby wel geboren mocht worden.
Maar wat nou als mijn vader en moeder opgepakt zouden worden?
Wat moest er dan gebeuren met de baby?
Ze besloten dat de baby dan het kind zou worden van de onderduikouders.
Immers de achternaam was geen probleem want die was al van hun.
Namelijk de naam Buddingh’
Dat was van de onderduikouders ook weer heel bijzonder lief.
En dus bleef de baby in de buik van mijn moeder groeien.
In juni 1944 werd mijn zus Andrea geboren, in het Utrechtse ziekenhuis.
Ze werd Andrea Henriette Maria genoemd en haar achternaam was dus Buddingh’
De laatste naam was Maria omdat de onderduikmoeder Marietje heette.
Erg lief van mijn ouders om haar zo te vernoemen.
Met heel veel zorg en liefde werd mijn zusje door iedereen in het huis van de Buddingh familie opgenomen en gedurende de rest van de oorlogstijd verbleven mijn ouders en mijn zusje bij de familie Buddingh’
Na de oorlog gingen mijn ouders weer terug naar Amsterdam en namen uiteraard mijn zusje mee. Maar mijn zusje heette Andrea Buddingh’ en mijn ouders gingen weer hun eigen naam aannemen. Dat was dus Herschel.
Mijn ouders moesten toen naar de rechtbank om te vertellen wat er eigenlijk in de oorlog gebeurd was met de geboorte van mijn zusje.
Er waren natuurlijk nog geen DNA testen zoals nu en dus is het een heel grote klus geworden om uiteindelijk te bewijzen dat mijn zus echt het kind van mijn ouders was.
Je zult begrijpen dat het gelukt is.
Mijn zus is nu 80 jaar en heet nog steeds Andrea Herschel!
Dit verhaal vertel ik jullie in de hoop dat jullie nooit in een situatie terechtkomen waarin je jezelf niet mag zijn. Misschien omdat je een bepaald geloof hebt of een gekleurde huid. Misschien omdat je dus anders bent dan een ander.
Maar wees ervan overtuigd dat je een waardevol mens bent met welk geloof dan ook of welke kleur je huid ook heeft.
Respect en vrede begint ermee dat je iemand accepteert zoals hij is.
Dat begint heel dichtbij, namelijk bij jezelf.
Mijn dappere kleine vader zei soms:
Van iets goeds komt nooit iets slechts.
Die heb ik altijd onthouden.