Wageningen en haar Joodse inwoners
Sinds 1567 is er sprake van Joods leven in onze stad Wageningen. Meister Heyman de Joode kreeg een verblijfsvergunning. Hij was arts en houder van de Bank van Lening. In 1570 moest hij op last van Alva Wageningen en Gelre verlaten. Zijn bezittingen werden in beslag genomen. In 1571 verlieten nog eens drie Joodse families Wageningen op last van dezelfde Alva.
In 1610 woonde Adolph Abrams, vermoedelijk afkomstig uit Krefeld, kort in onze stad. Zijn zoon Isaac Adolphs huurde in 1634 een huis in de Nieuwstraat. Hij was vetweider, evenals zijn broer Jacob in Gelders Veenendaal. Isaac pachtte in 1668 de Stedelijke Bank van Lening. Tot 1881, met een korte onderbreking, was deze Bank in handen van Joden. De Nieuwstraat heette tot 1875 Jo(o)de- of Jeudestraat. Isaac Adolphs kreeg in 1667 een stuk grond op de Stadsbleek buiten de stad toegewezen voor hem, zijn familie en andere Joden, ook buiten Wageningen: de (oude) Israëlitische begraafplaats. Deze is te bereiken aan de noordzijde via de Rijksstraatweg, tegenwoordig de Generaal Foulkesweg en de zuidzijde: de Veerstraat. Omstreeks 1810 was deze vol en konden er geen begrafenissen meer plaatsvinden. De bestaande stenen werden daarom neergelegd en het geheel werd opgehoogd met zand, zodat opnieuw begraven kon worden.
In 1929 werd de oude begraafplaats gesloten verklaard. Een nieuwe Joodse begraafplaats aan de Diedenweg kwam daarna in gebruik. Bij de behandeling van de voorlopige monumentenlijst in de vergadering van B&W was even sprake om de begraafplaats niet op de lijst te zetten, maar te verplaatsen. Gelukkig kwam in 1967 de oude begraafplaats op de Rijkslijst van beschermde monumenten. Er vond in 1975 met het herstel van de van zerken en het hekwerk uit 1875. Het hekwerk en het stenen fundament eronder zijn in 2026 grondig gerestaureerd.
In de 18de eeuw verbleven in Wageningen 3 à 4 gezinnen. Eén ervan was dat van Samuel Jonas Marcus, die in de toenmalige Achterstraat, nu Heerenstraat, een huis kocht. Het restaurant op nr. 47 heeft weliswaar een 19de-eeuwse gevel, maar daar woonde Samuel, zoals de zwarte steen op de stoep aangeeft.
De Joden in het 18de-eeuwse Wageningen waren vleeshouwers, vetweiders en ook werkzaam in de tabakshandel. Er was een bestuur. De Franse tijd bracht meer vrijheid. In 1810 woonden er 42 Joden in onze stad. Twee Joodse inwoners van Randwijk ‘kerkten’ in Wageningen. Vanaf 1837 was er in het tabakspakhuis van de familie Jacobs-Hymans een synagoge.
Ca. 1870 telde Wageningen 105 Joden, waarvan de meesten aangesloten waren bij de Joodse gemeente. Zoals overal, trokken Joden uit Wageningen naar de grote stad. De in mei 1940 verwoeste synagoge in de Walstraat was in 1903 in gebruik genomen. Na 1925 deed ze nauwelijks nog dienst. De vanzelfsprekendheid naar sjoel te gaan was niet meer aanwezig. Verschillende families verlieten Wageningen, o.a. de familie Van Embden. Een zeer bekende Joodse familie in onze stad was wel de familie Van der Horst, wonend aan de Bergstraat.
De oorlog 1940-1945 decimeerde de Joodse gemeenschap van Wageningen en omgeving. In 1940 woonden er 40 Joden, onder wie enkele studenten. Inclusief de omgeving was de gemeenschap 182 zielen groot. Van hen weren er ongeveer 71 gedeporteerd, onder wie een aantal vluchtelingen uit Duitsland. Ze kwamen helaas niet meer terug. Ter herinnering werd in de Walstraat het Gedenkteken De Levenspoort geplaatst, een ontwerp van Yetty Elzas.
Na 1945 was er van actief Joods leven nauwelijks sprake. In 1987 werd de Joodse gemeente opgeheven en bij Arnhem gevoegd. Momenteel wonen er ongeveer 10 Joden in Wageningen.
Wageningen, juni 2013
A.G. Steenbergen