Toespraak Jaap Meijer 27-1-2020
- 28-01-2020
- 29-04-2021 09:22:15
- Jaap Meijer
- Nieuws
Wageningen, 27 januari 2020
Toespraak op Holocaust day van Jaap Meijer bij het monument de Levenspoort aan de Walstraat tijdens de overdracht van de adoptie van groep 7 aan groep 8 van de Margrietschool.

Dun is de scheidslijn tussen leven en dood
Geachte aanwezigen, beste jongens en meisjes,
We staan hier bij het joodse monument de Levenspoort tegenover de voormalige synagoge die aan het begin van de oorlog verwoest is door artillerie van Nederlandse soldaten, vanwege de Duitsers die vanaf de Grebbeberg werden beschoten. Ik heb over deze synagoge en de gebruiken de afgelopen week in jullie klas verteld. De joden uit Wageningen en omgeving kwamen hier naartoe om te bidden, leren en te feesten.
Op het monument staat in het Hebreeuws de tekst uit het boek Ruth (4:10): “Zo zal de naam van de gestorvene niet uitgeroeid worden uit zijn broederen en uit de poort zijner woonplaats”. Een aantal namen zal ik er in mijn toespraak uitlichten.
Vandaag 75 jaar geleden werd het concentratiekamp Auschwitz bevrijd. Gisterenavond stonden we daarbij stil en daarvan getuigden de steentjes die oplichtten en weer doofden bij de onthulling van het Levenslicht.
Een aantal mannen, vrouwen en kinderen uit de lijst van de zo door jullie voor te lezen namen hebben die dag van bevrijding in Auschwitz niet beleefd waaronder enkele kinderen van jullie leeftijd: Louis Hein (Louk 11) en zijn jongere zus Frederika Henriette Woude (Jettie 9). Jullie horen horen straks hun namen.
Twee anderen Esther en Betje Cohen -uit de lijst van 71 namen- kwamen na verraad van hun onderduikadres door zelfdoding om het leven. Het was een onmogelijke daad uit wanhoop. Ze hadden bij hun vroegere buren en bekenden aangebeld, maar die durfden hen geen onderdak te geven uit angst om zelf opgepakt te worden. En die angst was reëel!
Ik las onlangs het persoonlijke verhaal van mijn tante die enkele weken terug is overleden. Ze beschreef een inval bij hen thuis door de S.D. de Sicherheidsdienst op nieuwjaarsdag in 1945. Enkele NSB’ers hadden zich met geweld vroeg in de ochtend toegang verschaft tot het huis van mijn grootouders in Ede op zoek naar mijn grootvader die in het verzet zat. Alle slaapkamers zaten vol evacuees. De SD-militairen hielden mijn oom, toen nog een baby, onder schot terwijl mijn moeder, een tiener, het pyjamabroekje van Joep (7) omhooghield. Het elastiek was kapot en ze konden anders zien dat hij besneden en dus Joods was. Haar oudere zussen gingen tussen hun broertje en de militairen instaan en riepen met gebalde vuisten: “Wat zijn jullie een helden”.
Mijn grootvader werd gevangengenomen en verrichte in het geëvacueerde Wageningen dwangarbeid. Hij moest stellingen plaatsen en schuttersputjes graven in Belmonte op de Westberg, wat nu het Arboretum en een akker graan is. Immers het was kort na de mislukte Slag om Arnhem. Onze bevrijders, de geallieerden zaten aan de overkant van de Rijn.
Het was koud die maand en de gevangenen hadden honger. Mijn tante kon als ondergrondse koerierster een Ausweis regelen en wist daarmee door de versperringen heen te komen. Ze bereikte haar vader en bracht eten en een gecodeerde boodschap over die alleen hij kon ontcijferen. Aan het einde van de maand januari, op de dag van bevrijding van het concentratiekamp Auschwitz vandaag precies 75 geleden, wist mijn grootvader te ontsnappen aan de Duitsers in Wageningen.
Een paar maanden later werd Nederland bevrijd. 75 jaar bevrijding vieren we over enkele maanden. Op 4 mei staan jullie weer hier bij dit monument met een mand steentjes.
Ik denk dan ook aan Joep, het Joodse onderduikertje waar mijn moeder op moest passen. Hij heeft de oorlog wel overleefd en staat dus niet op de lijst van namen die jullie gaan voorlezen. Aan één kant van de poort staan Louk (Louis Hein) en Jettie (Frederika Henriette Woude) met hun ouders Alexander en Elsiene Helena, maar ook Esther en Betje Cohen die zijn achtergebleven. Maar gelukkig wisten enkelen zoals Joep door de Levenspoort te wandelen. Zo dun is de scheidslijn tussen leven en dood.